Mijn opa, Bert van Voorden, 10 maart 1918 - 29 oktober 2007
Hij was een meesterfotograaf*.
Hij had de fotografie door. Hij wist hoe een foto mooi werd en wist zijn camera zo in te stellen dat de scène optimaal werd vastgelegd. Portretfotografie was één van zijn sterke punten. Dit blijkt wel uit de vele aansprekende portretten die hij heeft gemaakt (oa. een prachtige serie van Anton Pieck), maar ook uit een document van zijn hand dat ik van mijn moeder kreeg na zijn overlijden, getiteld “Waar moeten we op letten bij het maken van portretten?”. Het is nog steeds een zeer actueel document en het gaat verder dan de technische benadering van portretfotografie: “Iemand die een geboren pessimist of chagrijn is, moet je niet tevergeefs proberen te laten lachen” en “Een portret waar ook de handen op voorkomen, zegt iets meer van de persoonlijkheid van het model. Er is een markant verschil tussen de handen van een dokwerker of van een pianist!”.
In december 2006 was ik bij hem om hem mijn nieuwe camera te laten zien (ik maakte toen ook deze foto). Hij was toen weer thuis nadat hij zijn staaroperatie had ondergaan die zijn zicht zo verminderd had. Ik had mijn laptop meegenomen zodat ik de foto's die ik maakte meteen in het groot aan hem kon laten zien. Hij vond het prachtig. Ik was verbaasd toen hij aan me vroeg: "Hoeveel megapixels heeft 'ie?". Uit dat zinnetje bleek dat het een man was die -ondanks zijn leeftijd- met de tijd mee ging. Hij las in fotobladen over de digitale fotografie, die hij zelf helaas niet meer kon beoefenen. Dat hij dat wel had gewild, bleek toen hij tegen me zei: "Als m'n ogen nog wat beter waren, had ik er ook zo één gekocht, maar dan een Nikon". Verminderd zicht bij iemand waarvoor zien juist altijd zo’n groot deel van zijn leven heeft uitgemaakt, pas later besefte ik hoe moeilijk dat voor hem moet zijn geweest.
Mijn opa speelde met het licht. Op het moment van opname, maar zeker ook in de doka. Hij was zeer gedreven in bepaalde (voor mij onbekende) technieken voor het combineren van verschillende foto’s, waarvan ik me nog steeds afvraag hoe hij het zonder computer voor elkaar heeft gekregen. Hij zou dan ook zonder meer een fan zijn geweest van Photoshop. Niet omdat zijn foto’s niet goed genoeg waren, maar om er mee te spelen.
Hij heeft een heleboel mooie, waardevolle en leerzame foto’s nagelaten. Ik baal er wel eens van dat ik het niet méér met hem heb gehad over de fotografie, ik had nog zo veel van hem kunnen leren. Maar dat zijn dingen waar je helaas pas achter komt als iemand er niet meer is. Het is gelukkig een fijne gedachte dat er nog vele (honderden) foto’s van hem zijn te ontdekken die ik nog nooit heb gezien, ook door daar naar te kijken kan ik ongetwijfeld nog een hoop van hem leren.
Mijn opa is voor mij een bron van inspiratie en ik bewonder hem enorm om zijn kijk op dingen, en hoe hij dat vast wist te leggen op film. Hij overleed vandaag precies een jaar geleden. Oop, is er in de hemel ook een donkere kamer**?
Klik hier voor een slideshow van een selectie van 30 van zijn (zwart-wit) foto’s. Met dank aan Jos Fielmich voor het digitaliseren van de foto’s.
Op 31 mei 2006 ontving mijn opa de penning van verdienste van de stad Haarlem, uitgereikt door toenmalig burgemeester Pop wegens zijn ‘belangrijke bijdrage aan Haarlems historische erfgoed’. Klik hier voor het hele artikel + foto.
*woordkeuze van oud-burgemeester van Haarlem en enthousiast amateurfotograaf mr. Jaap Pop, tijdens zijn woord van afscheid aan mijn opa op de begrafenis 2 november 2007.
**vrij vertaald naar Jan van der Kuip, uit zijn woord van afscheid namens zijn moeder, Mag van der Kuip, tijdens de afscheidsdienst op 2 november 2007.
|